Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Onder 3.54 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.

Vervolgens dient zich de vraag aan of de gevorderde schade van dekking is uitgesloten indachtig bovenvermeld schuldbegrip. Het hof ziet aanleiding daarbij onderscheid te maken tussen de zaken Foekema en Coby/Horn. Met verzekeraars is het hof immers van oordeel dat voor de beantwoording van die vraag relevant is dat tussen [X] en Foekema bij onherroepelijk geworden arrest vaststaat dat sprake is geweest van bewust roekeloos handelen aan de zijde van [X] . Die vaststelling heeft mede bepaald tot vergoeding van welke schade [X] jegens Foekema verplicht is. Het is die schadevergoeding die onder de polis wordt geclaimd. Verzekeraars mogen zich dan ook bij het beoordelen van die claim beroepen op hetgeen in verband daarmee tussen [X] en Foekema in rechte is vastgesteld. Dat de verzekeraars geen partij zijn geweest bij de renvooiprocedure doet daaraan niet af. Evenmin is van belang dat het arrest feitelijk of juridisch onjuist zou zijn, nu het immers onaantastbaar is geworden en daarmee bepalend voor hetgeen tussen [X] en Foekema rechtens geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 85961 tot 87030.