Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4643.

De Ondernemingskamer zal het vonnis van de rechtbank bekrachtigen voor zover daarbij de op artikel 2:334 e.v. BW gegronde primaire vordering van [A] is afgewezen. Voor het overige is het hof als reguliere appelinstantie bevoegd. De Ondernemingskamer zal zich derhalve voor het overige onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de meervoudige burgerlijke kamer van dit hof voor de verdere beoordeling en beslissing van het hoger beroep, ook met betrekking tot de proceskosten. Ter zitting van 7 juli 2016 is met partijen besproken dat voor dat geval de van de Ondernemingskamer deel uitmakende raadsheren van het hof tevens zitting hebben in hun hoedanigheid van civiele raadsheren, zodat deze zittingscombinatie vervolgens kan oordelen over de grieven van [A] die zich richten tegen de afwijzing van haar subsidiaire vordering, en dat ook arrest wordt gevraagd in de reguliere appelprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a596dbcb8e7c4af120d32496c544b1035383ea7007a6a10b467d80c16a509dac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a596dbcb8e7c4af120d32496c544b1035383ea7007a6a10b467d80c16a509dac, en de alinea staat in dat document op bytes 21997 tot 22909.