Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 november 2016

Onder 6.22. Gerechtshof Amsterdam 22 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4858.

Uit het voorgaande volgt dat belanghebbende opzettelijk een onjuiste aangifte heeft gedaan. Hij erkent immers een bedrag van € 354.729 aan in privé ontvangen omzet te hebben verzwegen terwijl – aan de hand van de reguliere regels van bewijslastverdeling – niet aannemelijk is geworden dat hij meer dan het door de rechtbank aanvaarde bedrag aan kosten heeft gemaakt. Het niet-aangegeven bedrag is daarmee zowel in relatieve als in absolute zin aanzienlijk. Bijgevolg treedt de zogenoemde omkering en verzwaring van de bewijslast in, hetgeen betekent dat belanghebbende overtuigend moet aantonen dat de aanslag onjuist is. Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en de daartoe gegeven motivering, dat belanghebbende daarin niet is geslaagd. Met betrekking tot de bij het zogenoemde 10‑dagenstuk van 13 januari 2014 overgelegde producties, die strekken ten bewijze dat de inspecteur de contante betalingen onjuist heeft berekend, overweegt het Hof dat de inspecteur de juistheid daarvan met voldoende overtuiging heeft weersproken in zijn pleitnota van de zitting van 24 januari 2014 bij het Gerechtshof Den Haag. Noch de in hoger beroep overgelegde bewijsmiddelen, noch hetgeen in hoger beroep overigens is aangevoerd, leidt tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3f99a8d3f6a1f022eaa29509d0e5b73dd03b5bd13fb2e347c15adbab9dfebc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3f99a8d3f6a1f022eaa29509d0e5b73dd03b5bd13fb2e347c15adbab9dfebc2, en de alinea staat in dat document op bytes 32032 tot 33317.