Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016
Onder 2.7 Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5139.
Naar het oordeel van het hof kan echter niet ervan worden uitgegaan dat [X] aan het opstellen van de jaarrekeningen daadwerkelijk maar één uur per klant heeft besteed en waar het de overige codes aangaat geen enkele bemoeienis heeft gehad met de betrokken werkzaamheden. In het licht van de gemotiveerde betwisting van [X] rechtvaardigen de schriftelijke verklaringen van zijn oud-medewerkers die conclusie niet. Hetzelfde geldt voor de door WEA in dat verband ingeroepen onderdelen van het rapport van Deloitte. Bij gebreke van andere aanknopingspunten kan niet worden vastgesteld welk aantal uren [X] onder de hier bedoelde codes ten onrechte heeft geschreven. Daarbij komt dat de aantallen uren die [X] beweerdelijk ten onrechte onder die codes zou hebben geschreven deel uitmaken van een berekening (genoemde akte van WEA onder 42) die erop neerkomt dat [X] in 2006 maar (1.801 - 1.401=) 400 en in 2007 maar (1.372 - 1.052 =) 320 declarabele uren zou hebben gewerkt; dat komt het hof onaannemelijk voor en ondermijnt de geloofwaardigheid van de stellingen van WEA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7ca1f9699ff4389b5b18702d8b76e4cc3c9632fd70616f523c988b4720eab83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7ca1f9699ff4389b5b18702d8b76e4cc3c9632fd70616f523c988b4720eab83, en de alinea staat in dat document op bytes 11439 tot 12522.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7ca1f9699ff4389b5b18702d8b76e4cc3c9632fd70616f523c988b4720eab83 | shasum -a 256