Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Alinea 109 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.
Uit voornoemde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat [medeverdachte] en [verdachte] rond 18.30 uur met [slachtoffer] zijn gaan rijden, dat hem op dat moment nog niets mankeerde, dat zij urenlang hebben rondgereden en dat [slachtoffer] om ongeveer 23.00 uur in het water is geraakt. Gezien de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] gaat het hof ervan uit dat [slachtoffer] op het moment dat hij te water raakte reeds was overleden, dan wel dat hij toen (vrijwel) buiten bewustzijn was. Als dat laatste het geval was, moet [slachtoffer] toen en daar zijn verdronken. Het hof verwijst naar zijn overwegingen daaromtrent onder het kopje ‘ moment van overlijden’ .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 53367 tot 54083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a | shasum -a 256