Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Alinea 127 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat [verdachte] zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit [slachtoffer] van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. [verdachte] moet aldus de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen levensberoving na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet komen vast te staat door wie en op welke wijze het letsel aan [slachtoffer] is toegebracht, zodat reeds daarom niet vaststaat dat [verdachte] gelegenheid heeft gehad tot nadenken over en zich rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van zijn handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 66507 tot 67344.