Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Alinea 135 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.
19. Welke conclusies trekt de rechtbank? De doodsoorzaak van [slachtoffer] is niet komen vast te staan. De verdachten stellen dat [slachtoffer] leefde toen hij in het water terecht kwam. Deze lezing wordt niet betwist door de getuigen en evenmin door het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. [medeverdachte] had met [slachtoffer] fysiek contact terwijl deze deels in het water aanwezig was. Er kan niet blijken dat [medeverdachte] [slachtoffer] in het water heeft gegooid of geworpen. Evenmin is komen vast te staan dat [verdachte] dat heeft gedaan. Kortom: het staat niet vast dat zij beiden of dat één van hen opzettelijk [slachtoffer] van het leven hebben beroofd. Daarom kunnen er niet langer ernstige bewaren tegen hen worden aangenomen. De voorlopige hechtenis moet dan ook voor hen beiden worden opgeheven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 69145 tot 69985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a | shasum -a 256