Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Alinea 36 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.

De rechtbank heeft van [verdachte] veroordeeld voor medeplichtigheid aan de doodslag. Daar is het openbaar ministerie het niet mee eens. [medeverdachte] en [verdachte] waren samen met [slachtoffer] en zijn samen gebleven toen de zwaar beschonken [slachtoffer] het letsel werd toegebracht. Ook als slechts een van beiden de feitelijke handelingen heeft verricht, is de ander daar bij geweest en gebleven en heeft op geen enkel moment ingegrepen. Daarna zijn ze samen naar de Weespertrekvaart gereden en heeft [medeverdachte] [slachtoffer] het laatste zetje in het water gegeven. [verdachte] was daarbij en greep niet in. Eveneens staat vast dat de auto waarmee zij wegreden na 20 à 30 meter tot stilstand is gekomen, dat [verdachte] uit de auto is gestapt en heeft gekeken naar de plaats waar het lichaam van [slachtoffer] in het water is gelaten. Dat betekent dat de rol [verdachte] gelet op de duur van het samenzijn en de sequentie van verschillende ernstige handelingen die zich tijdens dat samenzijn hebben afgespeeld meer is geweest dan het behulpzaam zijn aan [medeverdachte] bij het doden van [slachtoffer] . [verdachte] was nota bene de bestuurder van de auto gedurende al die uren en had het dus in zijn macht om het een en ander te stoppen, hetgeen hij ook had behoren te doen, aldus de advocaat-generaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 21555 tot 22884.