Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Alinea 52 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.

Er is geen wettig en overtuigend bewijs voor moord. Het dossier bevat geen bewijs dat [verdachte] ooit een besluit heeft genomen of aanvaard om [slachtoffer] te doden. Ook ontbreekt bewijs dat hij enige handeling heeft verricht die de dood van [slachtoffer] heeft veroorzaakt. [verdachte] heeft enkele uren rondgereden met [medeverdachte] en [slachtoffer] . Dat is geen uitvoeringshandeling voor het medeplegen van moord/doodslag. Van een nauwe en bewuste samenwerking blijkt niet. Er is geen bewijs dat [verdachte] opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Er is geen bewijs dat [verdachte] op de hoogte was van het letsel bij [slachtoffer] . [verdachte] heeft het moment waarop [slachtoffer] in het water raakte niet waargenomen. Op grond van het enkele feit dat een persoon die te water is geraakt niet wordt gered, kan niet het (voorwaardelijk) opzet op de dood worden aangenomen. Ook voor medeplichtigheid aan moord/doodslag is geen bewijs voorhanden. Ook van de onder feit 1 meer subsidiair ten laste gelegde medeplegen/medeplichtigheid bij zware mishandeling met de dood tot gevolg en het onder feit 1 meest subsidiair ten laste gelegde medeplegen van dood door schuld dient [verdachte] mede op grond van voorgaande argumenten te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 27892 tot 29171.