Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Alinea 79 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.
Op 13 september 2011 is [R.N.] , de dochter van [medeverdachte] , als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat haar moeder haar zoontje [...] in de vroege avond van 13 juni 2013 bij haar heeft afgezet om [slachtoffer] samen met [verdachte] een lift naar Amsterdam te geven. [slachtoffer] is toen even uit de auto gestapt, hij heeft naar haar gezwaaid en tegen haar gezegd dat ze goed op het kind moest passen, waarna hij weer in de auto is gaan zitten. Hij was vriendelijk. Er is haar niets bijzonders aan [slachtoffer] opgevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 41103 tot 41648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a | shasum -a 256