Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Alinea 88 Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5176.
Het hof acht de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] echter betrouwbaar. Het hof merkt daaromtrent ten eerste op dat [getuige 1] en [getuige 2] toevallige passanten waren die geen enkele bemoeienis hadden met [medeverdachte] en/of [verdachte] of hetgeen aan de waterkant gaande was. Er bestaat geen reden te twijfelen aan hun oprechtheid. Voorts staat vast dat zij hun waarnemingen hebben gedaan in de avondschemering, net voor het invallen van de duisternis. Uit het feit dat hun waarnemingen omtrent de personen die zij zagen (een Aziatisch uitziende vrouw en een oudere man) en wat er aan het water gebeurde (iets of iemand raakte te water) juist zijn gebleken, leidt het hof af dat sprake was van voldoende licht om dit te kunnen zien. Overigens heeft [verdachte] ook zelf verklaard dat hij een boot op het water heeft gezien met daarop twee mannen: een in het midden van de boot en een voorin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 45146 tot 46065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/673fe6ca87db2fde146e31f6d7063e9f7847f87ebc4284293ec67d7d3c46cd6a | shasum -a 256