Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016

Onder 6.3. Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5196.

De notaris heeft over het feit dat hij als getuige tegenover de kantonrechter heeft verklaard dat hij klagers op 23 juli 2012 telefonisch heeft gesproken, naar voren gebracht dat hij aanvankelijk de overtuiging had dat deze verklaring juist was, maar dat hij aan deze verklaring is (moeten) gaan twijfelen toen klagers met hun belgegevens aantoonden dat dit niet juist kon zijn. In dit verband heeft hij een brief van [A] van 18 augustus 2016 in het geding gebracht. Daarin verklaart [A] dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat mensen bevattelijk zijn voor het ontwikkelen van pseudoherinneringen (valse herinneringen). Dat zijn onjuiste en/of vervormde herinneringen aan een gebeurtenis die wel echt heeft plaatsgevonden of zelfs herinneringen aan een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden maar door de persoon die deze herinnering oproept wel als echt wordt ervaren. Daar lijkt in dit geval sprake van, aldus de notaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52213eccd46c12c537c55636fcc0eb1d948b12b35ce946a00bebe19b09bd5faa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52213eccd46c12c537c55636fcc0eb1d948b12b35ce946a00bebe19b09bd5faa, en de alinea staat in dat document op bytes 23053 tot 24005.