Citaat | Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016
Onder 4.9. Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 6 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5204.
Het hof is gelet op het vorenstaande van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat toewijzing van het inleidend verzoek van de vrouw om haar alleen met het gezag over de kinderen te belasten in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De vrouw heeft met haar handelwijze, waarbij zij de kinderen abrupt uit hun vertrouwde omgeving heeft weggehaald, er blijk van gegeven niet het belang van de kinderen voorop te hebben staan. Het heeft er alle schijn van dat zij voornamelijk uit eigen belang heeft gehandeld. Gebleken is dat bij de ouders sprake is van een belaste voorgeschiedenis en dat de kinderen veel hebben meegemaakt. Gelet hierop zijn sinds het uiteengaan van partijen diverse vormen van hulpverlening voor de kinderen ingezet. In april 2016 zijn de kinderen in het kader van de ondertoezichtstelling aangemeld voor traumabehandeling bij het KJTC. Na afronding van deze behandeling zou eveneens in het kader van de ondertoezichtstelling beoordeeld worden of contactherstel met de man gerealiseerd kon worden. Dit traject heeft door de handelwijze van de vrouw geen doorgang kunnen vinden. De vrouw heeft door haar plotselinge vertrek de kinderen onttrokken aan de hulpverlening. Het hof acht een dergelijke gang van zaken bepaald niet in het belang van de kinderen. Daarbij overweegt het hof dat uit de brief van Child Safety Service blijkt dat de vrouw haar vertrek naar Australië gelet op het verkregen werkvisum en haar baan al vele maanden moet hebben voorbereid. De man heeft ter terechtzitting in hoger beroep onweersproken gesteld dat uit het werkvisum van de vrouw blijkt dat zij haar vertrek met de kinderen reeds in januari 2016 gepland had. Het moet er dus voor gehouden worden dat de vrouw nog vóór het instellen van het hoger beroep door de man begonnen is met concrete voorbereidingen van haar vertrek naar Australië en de man, de GI en de ingeschakelde hulpverleners voor de kinderen daarna bewust onkundig heeft gelaten van haar voornemen om met de kinderen te vertrekken. Onbekend is of, en zo ja welke hulpverlening de kinderen thans krijgen. Het hof is van oordeel dat de vrouw door het onttrekken van de kinderen aan de in het kader van de ondertoezichtstelling ingezette hulpverlening niet in het belang van de kinderen heeft gehandeld. Het hof acht het onder deze omstandigheden niet in het belang van de kinderen om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De bestreden beschikking zal derhalve vernietigd worden en het inleidend verzoek van de vrouw om haar alleen te belasten met het gezag over de kinderen zal worden afgewezen. Het hof overweegt dat als gevolg van deze beslissing het medegezag van de man geacht moet worden nimmer te zijn beëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6428fb37e7609c807c0d599b9ea446fb8944396234b70c9ec286cd2894ab3ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6428fb37e7609c807c0d599b9ea446fb8944396234b70c9ec286cd2894ab3ec, en de alinea staat in dat document op bytes 30203 tot 32915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6428fb37e7609c807c0d599b9ea446fb8944396234b70c9ec286cd2894ab3ec | shasum -a 256