Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 februari 2016
Onder 2.2 Gerechtshof Amsterdam 16 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:526.
Het hof neemt bij de beoordeling van de incidentele vordering tot tussenkomst tot uitgangspunt dat een partij kan vorderen in een aanhangig geding te mogen tussenkomen, indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. De stelling van de VvE dat zij weliswaar de door [X] c.s. ingestelde vordering ondersteunt, maar daarvoor eigen en alleen haar betreffende grondslagen wenst aan te voeren, impliceert dat zij een eigen vordering wenst in te stellen. In zoverre is dus aan de vereisten voor tussenkomst voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29a684bd244338f0567199072394df9f5217743b75894eed75b5d56dd49fa653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29a684bd244338f0567199072394df9f5217743b75894eed75b5d56dd49fa653, en de alinea staat in dat document op bytes 9158 tot 9901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29a684bd244338f0567199072394df9f5217743b75894eed75b5d56dd49fa653 | shasum -a 256