Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Onder 4.2.2. Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5325.

In hoger beroep heeft belanghebbende aangevoerd dat de IRS en de lening afzonderlijk op de werkzaamhedenbalans moeten worden gewaardeerd. Voor de waardering van de IRS sluit belanghebbende aan bij de richtlijnen voor de jaarverslaggeving, waarvan RJ 290 voorschrijft dat een derivaat moet worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde. In het onderhavige geval leidt daling van de marktrente tot een negatieve waarde van de IRS, omdat er, aldus belanghebbende, meer rente (het Hof verstaat: payer swap premie) door hem moet worden betaald dan er door hem aan rente (het Hof verstaat: receiver swap premie) wordt ontvangen. De (negatieve) waarde van de IRS bedraagt per 31 december 2009 € -/- 766.531, waarvan € 462.723 toerekenbaar is aan het werkzaamhedenresultaat. Het saldo van de in 2009 door belanghebbende betaalde swap-premies, voor zover toerekenbaar aan het werkzaamhedenvermogen, bedraagt € 121.857. De mutatie van de waarde van de IRS, voor zover toerekenbaar aan het werkzaamheden-vermogen, bedraagt € 107.572.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431, en de alinea staat in dat document op bytes 34021 tot 35115.