Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Onder 4.4.4. Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5325.

Vaststaat voorts dat de marktrente (op basis van Euribor) beoordeeld naar de balansdatum 31 december 2009 is gedaald ten opzichte van de marktrente per 2 juli 2007. Op beide data is de 1 maand Euribor rente lager dan de 4,460% waarop de vaste premie is gebaseerd. Voor de IRS heeft een dergelijk renteverschil tot gevolg dat belanghebbende een hogere premie verschuldigd is dan de premie die [onderdeel A van bank Y] aan hem verschuldigd is. 4.4.5. Vaststaat voorts dat de financiële middelen die zijn verkregen met de in 2007 door belanghebbende van [onderdeel B van bank Y] aangetrokken lening van € 7.000.000 (deels) ter beschikking zijn gesteld aan vennootschappen van belanghebbende. Dit betekent dat die lening (in zoverre) een vermogensbestanddeel vormt dat rendabel wordt gemaakt als bedoeld in artikel 3.92, eerste lid, van de Wet en tot het vermogen behoort van een werkzaamheid als bedoeld in die bepaling. Hiervan uitgaande is tussen partijen niet in geschil dat de lening in een verhouding van 44,97 en 55,03% aan respectievelijk box 1 en box 3 dient te worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431, en de alinea staat in dat document op bytes 43401 tot 44530.