Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016
Onder 4.5.3. Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5325.
4.5.4.3. Voor de vraag of de IRS tot de rendementsgrondslag behoort van box 3 kwalificeert het Hof de IRS als een rechtsverhouding waarbij belanghebbende en [onderdeel A van bank Y] , voor de duur van – in casu – 10 jaren, op jaarbasis respectievelijk een vaste premie (gelijk aan een vaste rente van 4,460%) en een variabele premie (gelijk aan de marktrente) aan elkaar verschuldigd zijn. In dit opzicht is sprake van gedurende tien jaar tegenover elkaar staande verplichtingen, waarvan het beloop afhankelijk is van toekomstige rentefluctuaties. Hierbij gaat het Hof ervan uit dat in de marktrente aan het eind van een jaar tevens de op dat moment geldende verwachting omtrent het verloop van de marktrente in de toekomst tot uiting komt of is verdisconteerd. Reden waarom het verschil tussen de vaste rente en de marktrente aan het einde van een jaar indicatief is voor de waarde in het economische verkeer van de IRS.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431, en de alinea staat in dat document op bytes 62363 tot 63301.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431 | shasum -a 256