Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Onder 4.5.3. Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5325.

4.5.4.4. Hiervan uitgaande behoort de IRS voor de toepassing van box 3 naar het oordeel van het Hof tot de in artikel 5.3, tweede lid, onderdeel f, van de Wet bedoelde ‘overige vermogensrechten met waarde in het economische verkeer’ te worden gerekend. Dat deze ‘restcategorie’ niet te beperkt moet worden opgevat kan worden afgeleid uit de doelstelling daarvan: het voorkomen dat vermogen op een zodanige wijze in rechtsvormen wordt ondergebracht dat de rechten op dat vermogen niet meer te rangschikken zijn onder artikel 5.3 van de Wet (Kamerstukken II 1998/99, 26727, nr. 3, p. 234).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbf8d9eb5e8c0c1fcf54eb8320bd4e649b8a375404a6d06b639e90489be2431, en de alinea staat in dat document op bytes 63374 tot 63990.