Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 december 2016
Onder 3.2. Gerechtshof Amsterdam 20 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5480.
Wat betreft de vordering van [appellante] en (de aan [appellante] gecedeerde) vordering van PBRG (als aandeelhouders) oordeelt de rechtbank dat de gevorderde schade moet worden aangemerkt als afgeleide schade. Niet kan worden geoordeeld dat ABN AMRO specifiek onrechtmatig jegens [appellante] en PBRG heeft gehandeld, zodat deze vorderingen worden afgewezen (rov. 4.12-4.17). De vorderingen van PBRG en Atropa (als achtergestelde crediteuren) worden afgewezen op de grond dat ABN AMRO zich bij de opzegging van de kredietovereenkomst niet mede diende te laten leiden door de belangen van PBRG en Atropa. Bovendien heeft [appellanten] niet gesteld dat en waarom PBRG en Atropa hun achtergestelde vorderingen wel voldaan zouden hebben gekregen indien ABN AMRO de kredietovereenkomst niet had opgezegd. (rov. 4.18-4.22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91b3cb3709211661769e36315bb6b5e0551835373c77e5be2f380264fc2816f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91b3cb3709211661769e36315bb6b5e0551835373c77e5be2f380264fc2816f5, en de alinea staat in dat document op bytes 34169 tot 34999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91b3cb3709211661769e36315bb6b5e0551835373c77e5be2f380264fc2816f5 | shasum -a 256