Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Onder 3.29 Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:594.

Op grond van de in 3.19 tot en met 3.28 genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd acht de Ondernemingskamer het voorshands aannemelijk dat DNB, in de situatie dat geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, op of kort na 1 februari 2013 de rechtbank Amsterdam zou hebben verzocht om toepassing van de noodregeling als bedoeld in artikel 3:160 Wft en dat de rechtbank dit verzoek zou hebben toegewezen. Zekerheid daarover bestaat niet, reeds omdat, zoals in r.o. 6.23 van de eerste beschikking tot uitdrukking is gebracht, niet uitgesloten is dat de rechtbank de aan het verzoek om toepassing van de noodregeling ten grondslag gelegde stellingen, waaronder de rapporten van Cushman & Wakefield, ontoereikend zou hebben geacht. Zoals hierboven in 3.13 tot uitdrukking is gebracht staat het de deskundigen dan ook vrij een ander toekomstperspectief in hun beoordeling te betrekken indien zij aanwijzingen hebben dat (er een aanzienlijke kans zou zijn geweest dat) DNB zou hebben afgezien van een verzoek om toepassing van de noodregeling of dat de rechtbank toepassing van de noodregeling zou hebben afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a430a55ad431f1a0abcd6cdbf246ffeef75981e02718d6c8f67158342405b3e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a430a55ad431f1a0abcd6cdbf246ffeef75981e02718d6c8f67158342405b3e5, en de alinea staat in dat document op bytes 115436 tot 116586.