Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016
Onder 3.84 Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:594.
“ Kosten van deskundigen als de onderhavige kunnen (…) niet worden aangemerkt als schade in de zin van art. 6:8 Wft. Wel kunnen zij op de voet van art. 6:11 lid 4 Wft voor vergoeding in aanmerking komen als kosten van het geding. Daarbij verdient opmerking dat de ondernemingskamer bij de vaststelling van een proceskostenveroordeling in zaken als de onderhavige een grote mate van vrijheid heeft, zoals ook volgt uit de bewoordingen van art. 6:11 lid 4 Wft. Uit die bewoordingen vloeit ook voort dat zij in belangrijke mate is ontheven van haar motiveringsplicht. Wat betreft de kosten van door partijen ingeschakelde deskundigen dient wel de eis te worden gesteld dat een redelijkheidstoets plaatsvindt. Het ligt in de rede om in dit verband aan te sluiten bij de rechtspraak over de maatstaf van art. 50 lid 4 Onteigeningswet, hetgeen betekent dat de ondernemingskamer onderzoekt of de kosten waarvan vergoeding wordt verlangd, in redelijkheid zijn gemaakt en binnen een redelijke omvang zijn gebleven. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a430a55ad431f1a0abcd6cdbf246ffeef75981e02718d6c8f67158342405b3e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a430a55ad431f1a0abcd6cdbf246ffeef75981e02718d6c8f67158342405b3e5, en de alinea staat in dat document op bytes 185783 tot 186842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a430a55ad431f1a0abcd6cdbf246ffeef75981e02718d6c8f67158342405b3e5 | shasum -a 256