Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Alinea 109 Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:675.

Het hof stelt op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ten aanzien van deze registergoederen/voorwerpen vast dat deze nooit op naam van de verdachte (en/of zijn echtgenote [AvA] ) hebben gestaan én dat niet is gebleken van een (onderliggende) geldstroom van de verdachte naar de geregistreerde eigenaren met betrekking tot de (verkrijging van die) voorwerpen. Een aanwijzing voor het bestaan van zo’n geldstroom zou kunnen worden gevonden in een tweetal zich bij de stukken bevindende koopovereenkomsten (op pagina 961473/961480 en pagina 961461/961465). Het hof heeft echter ten aanzien van deze overeenkomsten vastgesteld dat deze (te) onvolledig zijn om daaraan enige conclusie te verbinden. Zo ontbreken bij de ene overeenkomst de pagina’s waaruit kan blijken op welke datum de verdachte welke kavel tegen welke prijs van [CvB] zou hebben gekocht en ontbreken bij de andere overeenkomst de datum alsmede de namen van de koper en verkoper.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774, en de alinea staat in dat document op bytes 29895 tot 30892.