Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Alinea 127 Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:675.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulk een geval zich voordoet mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774, en de alinea staat in dat document op bytes 36406 tot 36870.