Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Alinea 170 Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:675.

Gelet op de omvang en de continuïteit van de hierboven bewezen geachte gedragingen van de verdachte, acht het hof eveneens bewezen dat de verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Het hof acht echter niet bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met [AvA] en/of [G.B.] aan dit gewoontewitwassen heeft schuldig gemaakt. Uit het dossier valt niet af te leiden of en in hoeverre [AvA] en [G.B.] wetenschap hadden van de aard en omvang van de uit eigen misdrijf van de verdachte afkomstige inkomsten en de uitgaven van de verdachte. Dit geldt te minder, nu uit het dossier naar voren komt dat de verdachte zijn betrokkenheid bij [G.B.] en zijn daarmede verband houdende uitgaven voor [AvA] verborgen heeft gehouden. Voorts valt evenmin vast te stellen of [G.B.] wetenschap had van het uitgavepatroon van de verdachte met betrekking tot [AvA] . Nu ook overigens wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal het hof de verdachte van het tenlastegelegde medeplegen vrijspreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3ef7802cce0af66d9bba267fe885d7727635d0df5d2752c5c4ae603f8c19774, en de alinea staat in dat document op bytes 55166 tot 56168.