Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Onder 5.8. Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:676.

De rechtbank stelt voorop dat de stelling van eiseres dat verweerder niet zonder vooroverleg een voornemen mag uitreiken niet alleen geen steun vindt in het recht, maar feitelijk ook onjuist is. Voorafgaand aan het uitreiken van het voornemen hebben partijen meer dan anderhalf jaar met elkaar gediscussieerd over de indeling van de onderhavige mediaspelers. Bij brief van 15 januari 2013 heeft verweerder zijn zienswijze omtrent de indeling van mediaspelers die onder GN-codes 8471 70 50 en 8517 62 00 waren aangegeven uiteengezet en geconcludeerd dat indeling onder GS-post 8521 dient plaats te vinden. Tijdens een gesprek op 25 januari 2013 heeft verweerder aan eiseres laten weten dat, behoudens ten aanzien van mediaspelers met een internetaansluiting, zijn voornemen tot herziening van de indeling niet was gewijzigd. Dat verweerder ten tijde van het uitreiken van het voornemen niet uit zichzelf rekening heeft gehouden met de aan eiseres afgegeven bti’s maar eerst nadat eiseres die had overhandigd, betekent niet dat de utb onzorgvuldig tot stand is gekomen, temeer nu het na te vorderen bedrag voorafgaand aan het opleggen van de utb al is verlaagd vanwege die bti’s. De verwijzing in het voornemen naar een indelingsverordening uit 2013 rechtvaardigt evenmin de conclusie dat de utb, waarin die verwijzing ontbreekt, onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet in stand kan blijven. Anders dan eiseres meent, was verweerder niet gehouden de gemachtigde dan wel de Customs Manager van eiseres ervan in kennis te stellen dat op 14 februari 2013 een administratieve controle bij eiseres zou plaatsvinden. In de hiervoor onder 2.3 genoemde brief van 4 februari 2013 is duidelijk aangegeven dat de controle betrekking heeft op onder meer de juistheid van de indeling en het aangegeven tarief in de aangiften, die eiseres in de periode 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2012 voor [A] via de domiciliëringsprocedure heeft gedaan. Het is aan eiseres om haar gemachtigde of haar Customs Manager daarvan op de hoogte te stellen. Dat het conceptrapport eerst 18 weken na de controle is opgemaakt leidt - gelet op hetgeen hiervoor onder 5.6.2 is overwogen - evenmin tot het oordeel dat de utb op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen of onvoldoende is gemotiveerd. Zoals hiervoor onder 5.6.1 reeds is overwogen, had verweerder in de utb wel moeten ingaan op hetgeen in de reactie op het voornemen naar voren was gebracht. Nu eiseres daardoor niet in haar belangen is geschaad, leidt dit verzuim echter niet tot vernietiging van de utb. Deze grief faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77, en de alinea staat in dat document op bytes 34133 tot 36714.