Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Onder 5.21. Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:676.

Verweerder heeft in de uitspraak op bezwaar een proceskostenvergoeding toegekend voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand van € 855 op basis van het forfaitaire tarief. Artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: BPB) biedt de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden van het forfaitaire tarief af te wijken. Uit de parlementaire behandeling van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures blijkt dat de wetgever bij bijzondere omstandigheden denkt aan zeer schrijnende gevallen (TK 1999-2000, 27 024, nr. 3 (MvT), blz. 7). Naar het oordeel van de rechtbank levert in het onderhavige geval de gang van zaken in de voorfase geen bijzondere omstandigheid op in de zin van artikel 2, derde lid, van het BPB. De rechtbank verwijst in dat verband naar hetgeen zij hiervoor onder 5.6 en 5.8 heeft overwogen. Voor een integrale proceskostenvergoeding in de bezwaarfase is derhalve geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77, en de alinea staat in dat document op bytes 46921 tot 47876.