Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Onder 6.2. Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:676.

De inspecteur heeft bij brief van 13 februari 2013 belanghebbende op de hoogte gesteld van zijn voornemen om over te gaan tot navordering van een bedrag van € 2.432.032,28, vanwege een onjuiste tariefindeling van een aantal types mediaspelers. In de bijlagen is dit bedrag gespecificeerd. Belanghebbende is een termijn gegeven van 14 dagen om op dit voornemen te reageren. Bij brief van 22 februari 2013 heeft de inspecteur zijn voorgenomen navordering verlaagd tot een bedrag van € 904.406,59, naar aanleiding van een aantal door belanghebbende overgelegde bindende tariefinlichtingen. Belanghebbende heeft op de laatste dag van de haar gestelde termijn gereageerd op het voornemen. Gelet op deze gang van zaken heeft de inspecteur naar ’s Hofs oordeel voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging, welk beginsel niet verder strekt dan dat de geadresseerde zijn opmerkingen kenbaar kan maken over het hem voordien kenbaar gemaakte voornemen van het bestuursorgaan (Hoge Raad 4 december 2015, nr. 12/02876, r.o. 2.2, ECLI:NL:HR:2015:3467).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77, en de alinea staat in dat document op bytes 48912 tot 50040.