Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016
Onder 6.14. Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:676.
Ingevolge artikel 76, derde lid, van het CDW heeft bij een aangifte van goederen door inschrijving van die goederen in de administratie (domiciliëringsprocedure) de inschrijving in de administratie dezelfde juridische waarde als de aanvaarding van de in artikel 62 van het CDW bedoelde aangifte. Dientengevolge ontstaat de douaneschuld, conform artikel 201, tweede lid, van het CDW, op het tijdstip van inschrijving in de administratie en dient de mededeling van de daaruit voortvloeiende douaneschuld plaats te vinden binnen drie jaar na deze inschrijving.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77, en de alinea staat in dat document op bytes 60921 tot 61492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96fa9398333c1b336d842cb828b1803e6cd5f084b51707def6478597d70c5b77 | shasum -a 256