Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Onder 5.6.9. Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:911.

5.6.9.3. [A] en [B] dreven – naar het Hof afleidt uit hetgeen belanghebbende onbetwist heeft gesteld – de onderneming van belanghebbende op een wijze “die zich laat vergelijken met de verhouding tussen gelijkgerechtigde mede-eigenaren van een onderneming” (zie 5.6.6). [A] en [B] droegen in 2008 aan de werknemer [C] een - beperkt – aantal aandelen in belanghebbende over omdat zij “[ [C] al jaren ken[d]en en een goede relatie met hem [hadden] opgebouwd. Zijn kennis en ervaring [waren] een goede aanwinst voor het bedrijf en [ [A] en [B] ] wilden [ [C] ] graag aan [belanghebbende] binden.” Tijdens de hofzitting verklaarden [A] en [B] dat genoemde aandelenoverdracht niets veranderde aan de bedrijfsvoering. [A] en [B] bleven - aldus hun onweersproken - verklaring de enigen die de onderneming dreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe, en de alinea staat in dat document op bytes 52027 tot 52859.