Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Onder 3.8. Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:911.

Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit artikel 2, eerste lid, aanhef en letter c, van de Regeling en de toelichting daarop voort dat [A] en [B] als directeur-grootaandeelhouders dienen te worden aangemerkt. Immers, [A] en [B] zijn statutair bestuurder van eiseres en zij kunnen – middels hun persoonlijke houdstervennootschappen – met ieder 40% een gelijk aantal stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders uitbrengen. Anders dan verweerder heeft gesteld, verhindert het feit dat [H] B.V. naast de beide andere aandeelhouders met een belang van 40% nog 20% van de stemmen kan uitbrengen niet dat [A] en [B] als directeur-grootaandeelhouders in de zin van de Regeling kunnen gelden voor toepassing van de relevante bepalingen. Verweerder heeft beide bestuurders derhalve ten onrechte als werknemer gekwalificeerd voor de werknemersverzekeringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe, en de alinea staat in dat document op bytes 17083 tot 17960.