Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Onder 5.5.1. Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:911.

“ Door de rechtbank is als feit aangenomen dat [A] en [B] beiden rechtstreeks statutair bestuurder zijn van belanghebbende. […]. Je zou verwachten dat belanghebbende dan expliciet was opgekomen tegen deze vaststelling door de rechtbank. Ik merk verder op dat het in eerste aanleg in eerste instantie alleen ging over vraag of er sprake was van een dienstbetrekking tussen belanghebbende en [A] en [B] . Na de eerste zitting ging het vervolgens alleen nog maar over de vraag of [A] en [B] op grond van de Regeling aangemerkt konden worden als directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in de werknemersverzekeringswetten. Daar kom je alleen maar aan toe als er überhaupt sprake is van een dienstbetrekking. Ik dacht dan ook dat dit een gepasseerd station was. In reactie op brief van de rechtbank heb ik in mijn brief van 25 juni 2014 geschreven dat ik ervan uitga dat [A] en [B] statutair bestuurder zijn van belanghebbende. Ik heb dat expres zo opgeschreven. Belanghebbende heeft daar ook niet meer op gereageerd. […]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe, en de alinea staat in dat document op bytes 38355 tot 39427.