Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Onder 5.5.5. Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:911.

Voor zover de inspecteur met het onder 5.5.1 geciteerde betoog bedoeld heeft om het Hof te verzoeken de zaak aan te houden teneinde hem in staat te stellen alsnog feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die de conclusie rechtvaardigen dat er gedurende het Naheffingstijdvak een dienstbetrekking heeft bestaan tussen belanghebbende enerzijds en [A] en [B] anderzijds, merkt het Hof dit verzoek als tardief aan. Reeds tijdens het boekenonderzoek wist de Belastingdienst immers dat belanghebbende het standpunt van de inspecteur dat [A] en [B] werknemer waren in de zin van het sociale verzekeringsrecht, bestreed. Alsdan is het aan de inspecteur om zijn andersluidende standpunt tijdig en adequaat te onderbouwen. Als hij eerst tijdens de hofzitting tot de conclusie komt dat hij dat niet kan, is het, naar het oordeel van het Hof, in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde om de zaak aan te houden teneinde hem alsnog daartoe in de gelegenheid te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dca5fe66acc21a1e5369a835db0a17446601add75db00d8efcbd1f4ce1428fe, en de alinea staat in dat document op bytes 42470 tot 43461.