Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2016

Onder 4.1.3. Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:914.

De heffingsambtenaar stelt dat uit de bepalingen van de Verordeningen Precariobelasting volgt dat de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Artikel 3, tweede lid, van die verordeningen bepaalt dat precariobelasting wordt geheven van degene aan wie de vergunning is verleend voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Dat kan ook een vof zijn. De verwijzing in de definitie van de term ‘vergunning’, in artikel 1, onderdeel g, naar een ‘persoon’ maakt daarbij niet uit. Er kan geen misverstand over bestaan dat het belanghebbende is aan wie de vergunning is verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5baf8943c71f70678b883d997c731cda2d84b8660003ce598a7518fea502f61a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5baf8943c71f70678b883d997c731cda2d84b8660003ce598a7518fea502f61a, en de alinea staat in dat document op bytes 15417 tot 16073.