Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017

Onder 4.1. Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326.

In deze procedure heeft de bewindvoerder voorafgaand aan de zitting in hoger beroep zijn zienswijze ingediend en deze ter zitting nader toegelicht. De bewindvoerder heeft, kort samengevat, als volgt bericht. PTIF heeft ook na de bestreden beschikking haar handelwijze in Brazilië met betrekking tot de proceshandelingen (hierna ook: filings) gecontinueerd en zij is meerdere keren zonder medewerking van de bewindvoerder overgegaan tot het indienen van processtukken, zonder hem voldoende tijdig in de gelegenheid te stellen zijn visie op de te nemen processtukken te geven. Aangezien PTIF wilde vasthouden aan eigen, interne deadlines voor het indienen van processtukken kon de bewindvoerder zich niet uitlaten over de proceshandelingen. Desalniettemin diende PTIF daarna de processtukken bij de Braziliaanse rechter in. Deze handelwijze is niet te rijmen met de door PTIF zelf voorgestelde en in de bestreden beschikking onder rov. 8.16 genoemde werkmodus die als uitgangspunt heeft dat de bewindvoerder voldoende tijd krijgt om een mening te vormen ten aanzien van de voorgenomen filings. Nu moet de bewindvoerder zelf uitzoeken welke filings er in Brazilië zijn gedaan en of de belangen van de schuldeisers van PTIF daardoor zijn geschonden. PTIF heeft de bewindvoerder bericht dat er serieuze gesprekken en onderhandelingen met de schuldeisers worden gevoerd. Daarbij zou ook met vertegenwoordigers van de International Bondholder Committee (IBC) worden gesproken en onderhandeld. Op 15 maart 2017 heeft IBC echter een brief gestuurd aan de besturen van Oi S.A., PTIF en Oi Coop (met een kopie aan de bewindvoerder alsmede aan de bewindvoerder van Oi Coop) waaruit blijkt dat er geen sprake is van constructieve onderhandelingen. Het op 22 maart 2017 door de Oi Groep aangekondigde aangepaste (ontwerp-)RJ akkoord is op 24 maart 2017 door drie groepen van schuldeisers die gezamenlijk een bedrag van € 6 miljard aan vorderingen vertegenwoordigen, als onaanvaardbaar van de hand gewezen. Dit blijkt uit het persbericht van 24 maart 2017 van de desbetreffende schuldeisers (bijlage 12 bij de zienswijze). Door lang te wachten met de voorbereidingen voor de stemming over het Nederlandse akkoord op 18 mei 2017 dreigt deze ofwel een chaos te worden ofwel kan deze in het geheel geen doorgang vinden. PTIF lijkt hierop bewust aan te sturen om zo een verlenging van de (voorlopig) verleende surséance van betaling te verkrijgen een daarmee tijd te winnen in Brazilië. Tegen deze verlenging bestaan bij de schuldeisers ernstige bezwaren. Hiermee laat PTIF na wat naar het oordeel van de bewindvoerder moet worden gedaan in het belang van de boedel en de schuldeisers van PTIF. Als de Oi Groep er in zou slagen in Brazilië een meerderheid achter het RJ akkoord te krijgen, dan krijgt PTIF niets betaald op haar intercompany vordering en worden de schuldeisers benadeeld. Sinds het geven van de bestreden beschikking is nog duidelijker geworden dat PTIF niets zal ondernemen ten aanzien van de intercompany vordering en dat zij de verzoeken van de bewindvoerder en zijn aanwijzingen om daar in het voordeel van de boedel anders mee om te gaan naast zich neerlegt. Ook nu de tijd begint te dringen voor het indienen van de vorderingen en de stemming over het Nederlandse akkoord wordt de voor de bewindvoerder noodzakelijke informatie nog immer niet verschaft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265, en de alinea staat in dat document op bytes 21960 tot 25374.