Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Onder 5.3. Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326.
PTIF werpt als meest verstrekkend verweer in hoger beroep op dat Citicorp niet bevoegd was tot het indienen van het verzoekschrift en, a fortiori, het beroepschrift, omdat zij niet aangemerkt kan worden als schuldeiser, in welk verband PTIF stelt dat Citicorp niet handelt naar de geldige instructies van de notholders. Het hof constateert evenwel dat PTIF blijkens haar stellingen onderkent dat uit een brief van 7 november 2016 van Citicorp blijkt dat zij handelde in haar hoedanigheid van trustee met betrekking tot één specifieke serie uitgegeven obligaties, terwijl uit die brief tevens volgt dat de instructie aan Citicorp afkomstig is van obligatiehouders die minstens 25% van die serie houden overeenkomstig de minimumeis in de Trust Deeds. Het hof is van oordeel dat Citicorp in die hoedanigheid dient te worden aangemerkt als een schuldeiser die bevoegd is tot het doen van het onderhavige verzoek. De omvang van de vorderingen van de betrokken noteholders is daarbij verder niet van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265, en de alinea staat in dat document op bytes 28328 tot 29345.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265 | shasum -a 256