Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Onder 5.4. Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326.
Dit verweer faalt eveneens. Ingevolge vaste jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens dient de rechtsgang als geheel te worden bezien (zie onder meer EHRM 27 oktober 1993, NJ 1994/534, par. 31 en EHRM 18 maart 1997, NJ 1998/278, par. 34). Voor zover er al sprake zou zijn geweest van schending(en) van artikel 6 EVRM in eerste aanleg, is (zijn) die thans geheeld. Het hof heeft naar analogie van artikel 220 Fw de zaak in raadkamer behandeld en schuldeisers die zodanige hoedanigheid ter zitting voldoende aannemelijk hebben gemaakt, toegelaten. Verder is de bewindvoerder van Oi Coop, gezien de door hem aangevoerde en relevant geachte belangen, ook in raadkamer toegelaten. Alle schuldeisers hebben, anders dan PTIF stelt, de mogelijkheid gehad in raadkamer aanwezig te zijn. Niet betwist is dat de schuldeisers op 24 maart 2017 door middel van de Notice to Creditors nr. 5 door de bewindvoerder zijn geïnformeerd over de beslissing van het hof met betrekking tot hun aanwezigheid op de zitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265, en de alinea staat in dat document op bytes 30434 tot 31470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265 | shasum -a 256