Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Onder 5.11. Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326.
Het hof onderkent dat PTIF als financieringsmaatschappij van de Oi Groep haar handelen wenst af te stemmen op de gerechtvaardigde belangen van de groep waartoe zij behoort, maar dit laat onverlet dat zij de belangen van haar eigen schuldeisers niet uit het oog mag verliezen. Daarmee is niet verenigbaar dat (het bestuur van) PTIF de bewindvoerder geen althans onvoldoende informatie verschaft waardoor de bewindvoerder onvoldoende inzicht krijgt in de Braziliaanse akkoordonderhandelingen en daardoor niet kan beoordelen of het aanvaarden van de RJ procedure in het belang is van de boedel. Dit brengt met zich dat de hiervoor onder 5.8 omschreven handelingen en gedragingen van (het bestuur van) PTIF die in weerwil zijn van de aanbeveling van de rechtbank, een grond opleveren voor intrekking van de surseance op de voet van artikel 242 lid 1 sub 4 Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265, en de alinea staat in dat document op bytes 37225 tot 38095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265 | shasum -a 256