Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Onder 5.12. Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326.
Uit het voorgaande volgt dat aan de onder sub 1, 3 en 4 van artikel 242 lid 1 Fw weergegeven intrekkingsgronden is voldaan. PTIF voert thans, kort samengevat, het volgende aan ter rechtvaardiging dat de surseance niet wordt ingetrokken en het faillissement niet wordt uitgesproken. Het faillissement van PTIF biedt geen voordelen aan de schuldeisers (geen hogere vergoeding) en heeft nadelen (verstoring van de RJ procedure, faillissement PTIF zou negatieve fiscale gevolgen kunnen hebben en ANATEL zal zich kunnen mengen in de RJ procedure).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265, en de alinea staat in dat document op bytes 38197 tot 38753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc7b7b2d0203e44207fd048eedf73730b1a2fd73fd08ed58321aef87b13e8265 | shasum -a 256