Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017
Onder 2.6.2. Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1524.
aanwezig [belanghebbende], de heer (…) [D] , de heer C. [B] en ondergetekende. Ik wist dat dit de laatste twee appartementen waren van het nieuwbouwproject waar de appartementen onderdeel van uitmaakten. (…) Het bod dat de heer [B] en ik op de appartementen hebben uitgebracht, was veel lager dan wat [belanghebbende] in gedachten had. (…). Tijdens de bespreking zei [belanghebbende] dat hij telefonisch contact op ging nemen met [het accountantskantoor] omdat hij wat vragen had met betrekking tot de verkoop van de appartementen. Vervolgens is [belanghebbende] in ons bijzijn gaan telefoneren. [Belanghebbende] heeft aan de accountant, zo vertelde hij na afloop, de vraag gesteld of als hij het door ons gedane bod zou accepteren of dat er dan nog schulden en/of betalings- en/of belastingverplichtingen zouden overblijven voor [de BV]. De accountant zou dit voor hem gaan uitzoeken, en zodra hij van hem antwoord zou hebben gekregen (…), zou hij ons op de hoogte stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f75d3d4395df19fa4804042a0d87222f445b788fee28efba9232abae1d47891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f75d3d4395df19fa4804042a0d87222f445b788fee28efba9232abae1d47891, en de alinea staat in dat document op bytes 28195 tot 29190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f75d3d4395df19fa4804042a0d87222f445b788fee28efba9232abae1d47891 | shasum -a 256