Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017

Onder 2.15.1. Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1524.

“De betalingsonmacht van [de BV] is niet op de juiste wijze gemeld. Op grond hiervan bestaat een wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. (…) Artikel 32, lid 2, van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat u aansprakelijk bent voor de kosten en invorderingsrente die verband houden met de belastingschuld, voor zover het ontstaan hiervan aan u is te wijten. Dit geldt ook voor de in de belastingaanslag(en) begrepen heffingsrente en de bestuurlijke boete. Gelet op het volgende is dat in deze kwestie het geval. Pas in 2008 is de administratie zodanig op orde gesteld, dat de over de jaren 2006 en 2007 onjuist ingediende aangiftebiljetten konden worden gecorrigeerd door middel van suppletie aangiften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f75d3d4395df19fa4804042a0d87222f445b788fee28efba9232abae1d47891. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f75d3d4395df19fa4804042a0d87222f445b788fee28efba9232abae1d47891, en de alinea staat in dat document op bytes 57758 tot 58488.