Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Alinea 552 Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:161.
Het hof voegt daar aan toe dat het de Nederlandse autoriteiten in beginsel vrij staat - nu het uitleveringsverdrag tussen Venezuela en Nederland niet voorziet (voor de ten laste gelegde feiten) in de mogelijkheid van uitlevering - een buitenlandse mogendheid (alwaar een verdachte verblijft) te informeren over een internationale signalering en daarbij het verzoek te doen naar hem uit te kijken. Dat van de zijde van de Nederlandse autoriteiten (anders dan consulaire bijstand) nog sprake is geweest van verdergaande bemoeienis, acht het hof niet aannemelijk geworden. De enkele omstandigheid dat de verdachte bij zijn aanhouding door Venezolaanse ambtenaren is gewezen op een door Nederland overgelegd internationaal opsporingsbevel, maakt dat niet anders. Dat het Openbaar Ministerie bij het aldus informeren de mogelijkheid heeft onderkend (en wellicht bewust heeft gecreëerd) dat de Venezolaanse autoriteiten daarop zelfstandig zouden besluiten tot uitzetting, maakt deze handelwijze op zich niet onrechtmatig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed, en de alinea staat in dat document op bytes 75973 tot 77003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed | shasum -a 256