Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Alinea 561 Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:161.
Voor een veroordeling wegens oplichting is onder meer vereist dat sprake is van het bezigen van een of meer van de in artikel 326, eerste lid, Sr specifiek aangeduide oplichtingsmiddelen: het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed, en de alinea staat in dat document op bytes 81104 tot 81457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed | shasum -a 256