Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Alinea 580 Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:161.
Op grond van het vorenstaande in samenhang bezien komt het hof tot het oordeel dat in onderhavige gevallen voldoende is komen vast te staan dat door de betreffende gedragingen de verdachte de valse hoedanigheid van een bonafide verkoper heeft aangenomen en/of dat er sprake was van een samenweefsel van verdichtsels en/of listige kunstgrepen waardoor aangevers zijn bewogen tot (gestandhouding van) de betaling, waardoor dit als oplichting in de zin van artikel 326 Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt. Daarmee is derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 15-740760-10 onder 1, zesde (aangever [slachtoffer 6] ), negentiende (aangever [slachtoffer 19] ), en eenentwintigste (aangever [slachtoffer 21] ) gedachtestreepje is ten laste gelegd. Het ter zake door de verdediging gevoerde verweer wordt verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed, en de alinea staat in dat document op bytes 90366 tot 91241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed | shasum -a 256