Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Alinea 582 Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:161.
Ten overvloede overweegt het hof in dit kader dat is komen vast te staan dat in de e-mailwisseling die met de aangevers is gevoerd vrijwel in alle gevallen wisselende (en valse) namen zijn gebruikt. De enkele omstandigheid dat in e-mailadressen valse namen zijn gebruikt, kan niet als oplichting in de zin van artikel 326 Sr worden aangemerkt, nu gesteld noch gebleken is - bijvoorbeeld bij het (valselijk) gebruik van namen van een bekend bedrijf of persoon - dat aangevers door het gebruik van die valse namen zijn bewogen tot de afgifte van gelden. Evenmin leiden overige bijkomende omstandigheden ertoe dat gezegd kan worden dat door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed, en de alinea staat in dat document op bytes 91664 tot 92443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a8cb96e1fe08795a0b57c0f053234a8647c97ed3efa23436188c47548178ed | shasum -a 256