Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017
Onder 6.4. Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1928.
Het BFT heeft ter zitting aangevoerd dat uit het arrest van de Hoge Raad van 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2607, Meavita) volgt dat schending van artikel 5 Wet RO niet per definitie ertoe leidt dat een uitspraak die is gedaan door een ander aantal rechters of andere personen dan door de wet is voorgeschreven als non existent moet worden beschouwd. Daarnaast acht het BFT het niet noodzakelijk om de zaak naar de kamer terug te verwijzen omdat de deskundigheid, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de desbetreffende inspecteur niet in het geding is. Verder kan het hof het formele gebrek in deze zaak in hoger beroep helen. Dat heeft het hof in 2002 en 2007 in twee zaken waarin soortgelijke formele gebreken aan de orde waren ook gedaan, aldus het BFT.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2, en de alinea staat in dat document op bytes 18302 tot 19084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2 | shasum -a 256