Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017
Onder 6.14. Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1928.
Volgens vaste rechtspraak is voor de vraag of een ruimte als bijkantoor moet worden aangemerkt doorslaggevend de aard en de hoeveelheid van de door de notaris verrichte werkzaamheden. Het hof is van oordeel dat de vraag of die werkzaamheden al dan niet daadwerkelijk in een bepaalde (daarvoor ingerichte) ruimte zijn verricht hierbij niet van belang is. Een andersluidend oordeel zou ertoe leiden dat een notaris die zijn werkzaamheden niet in een daarvoor ingerichte ruimte verricht, wel meer dan incidenteel buiten zijn vestigingsplaats akten zou kunnen passeren, hetgeen in strijd is met de strekking van artikel 13 Wna. Het voorgaande brengt mee dat dit klachtonderdeel gegrond is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2, en de alinea staat in dat document op bytes 29928 tot 30626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08df41abc5cf5a129317873bb2706ca580450935f1e750328d541a29849f77e2 | shasum -a 256