Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 juni 2017
Alinea 21 Gerechtshof Amsterdam 12 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2147.
subsidiair: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 24 februari 2014 te Oss en/of Haarlem en/of (elders) in Nederland, opzettelijk zijn partner/levensgezel (te weten, [slachtoffer] ), tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij als partner/levensgezel krachtens de wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers heeft hij, verdachte, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemde [slachtoffer] MDMA en/of GHB, althans verdovende middelen, en/of alcohol had ingenomen en/of die [slachtoffer] (daardoor) buiten bewustzijn, althans in verminderde staat van bewustzijn, en/of hulpbehoevend was geraakt,
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/140ca0683ef26bd5c19d8bf7312f0fc5ded239c4c2edf0822a06e23049e165c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 140ca0683ef26bd5c19d8bf7312f0fc5ded239c4c2edf0822a06e23049e165c9, en de alinea staat in dat document op bytes 8063 tot 8847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/140ca0683ef26bd5c19d8bf7312f0fc5ded239c4c2edf0822a06e23049e165c9 | shasum -a 256