Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2017
Onder 2 Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:216.
De smartphone van de verdachte is aan een nader onderzoek onderworpen op grond van artikel 94 Wetboek van Strafvordering (Sv) op een moment dat nog louter sprake was van verdenking van het onder 1 tenlastegelegde Opiumwetdelict, terwijl niet blijkt dat dit nadere onderzoek van de smartphone van belang was voor het onderzoek naar de invoer van cocaïne. Om die reden moet het onderzoek aan de smartphone worden bestempeld als een disproportionele uitoefening van de bevoegdheid van artikel 94 Sv, waarbij inbreuk is gemaakt op het privéleven van de verdachte, zonder dat daartegen een adequate en effectieve rechtswaarborg voorhanden is. Nu dit vormverzuim onherstelbaar is en met dit vormverzuim – in strijd met artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – ernstige inbreuk is gemaakt op het privéleven van de verdachte – doordat niet alleen zijn mediagegevens, maar ook zijn WhatsApp-chatgesprekken zijn onderzocht – moet op grond van het belang van het geschonden
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ea15ebc51c76a4d3842bffc48af5b3c2e22c148650fbb97b074c0fdac69e4c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ea15ebc51c76a4d3842bffc48af5b3c2e22c148650fbb97b074c0fdac69e4c8, en de alinea staat in dat document op bytes 14459 tot 15477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ea15ebc51c76a4d3842bffc48af5b3c2e22c148650fbb97b074c0fdac69e4c8 | shasum -a 256