Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017

Onder 8.41. Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257.

Bij de beoordeling van een WCAM-verzoek staan de belangen van de gerechtigden centraal, met name de belangen van degenen die niet bij de onderhandelingen betrokken waren of die niet zijn vertegenwoordigd, in het onderhavige geval de Non-Active Claimants. Zij worden immers gebonden aan een onderhandelingsresultaat waarop zij geen invloed hebben gehad. Het hof bewaakt dan ook, bij de vraag of de verzochte verbindendverklaring kan worden toegewezen, in het bijzonder hun belangen. Uit de toelichting van SICAF leidt het hof af dat de vergoeding voor haar alleen strekt tot vergoeding van de door haar gemaakte kosten. Deminor en FortisEffect hebben onvoldoende concreet openheid van zaken gegeven, maar op grond van de gegeven toelichtingen neemt het hof aan dat de vergoedingen voor hen de gemaakte kosten zullen overschrijden. De aan VEB aangeboden vergoeding overstijgt aanmerkelijk de door haar gemaakte kosten. Dat Ageas die bedragen desondanks ter beschikking wilde stellen, geeft aan dat zij sterk hecht aan het bereiken van overeenstemming. VEB, Deminor en FortisEffect hebben met het accepteren van de bedragen de indruk gewekt dat zij een eigen belang hebben bij de verbindendverklaring van de overeenkomst. Daarmee is twijfel ontstaan over de mate waarin de belangen van de Non-Active Claimants zijn meegewogen bij het uiteindelijk bereikte onderhandelingsresultaat, ook als in aanmerking wordt genomen dat deze bedragen niet in mindering komen op het aan de gerechtigden ter beschikking te stellen totaalbedrag. Het hof wil wel aannemen dat de belangen van de belangenorganisaties en die van hun achterban zijn gediend bij een verbindendverklaring van de overeenkomst, maar voor de Non-Active Claimants geldt dat niet, omdat zij niet dezelfde vergoedingen krijgen als de achterban van de belangenorganisaties, terwijl daarvoor geen rechtens relevante rechtvaardiging is gegeven. Daarbij komt dat niet aannemelijk is dat zich daadwerkelijk in relevante mate een “free-riderprobleem” voordoet dat met behulp van een verschil in vergoeding zou moeten worden opgelost, gelet op de vergoedingen die in het kader van de overeenkomst aan de Active Claimants en de belangenorganisaties ter beschikking worden gesteld. Niet gezegd kan worden dat de Non-Active Claimants in verhouding tot de Active Claimants en de belangenorganisaties die hen bijstaan profiteren van de voordelen van de schikking, maar niet delen in de lasten daarvan als in het kader van de schikking een toereikende vergoeding voor die lasten ter beschikking wordt gesteld. De indruk is dat de belangen van de Non-Active Claimants bij het tot stand komen van de overeenkomst zijn achtergesteld op de eigen belangen van de belangenorganisaties en hun achterban. Deze indruk wordt versterkt door de omstandigheid dat de Non-Active Claimants door verzoeksters ten overstaan van het hof telkenmale worden afgeschilderd als “free-riders”. De stelling van verzoeksters dat zij bij de onderhandelingen steeds bewust hebben gestreefd naar een regeling die voor alle gerechtigden redelijk is, valt niet te rijmen met deze opstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e167d505a5b36a72b8eaa47b5363b5f6f430b2904c4d88f756151a535cf5d8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e167d505a5b36a72b8eaa47b5363b5f6f430b2904c4d88f756151a535cf5d8a, en de alinea staat in dat document op bytes 115577 tot 118695.