Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017

Onder 10.8. Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257.

Voor verzoeksters kon aldus duidelijk zijn welke mogelijke bezwaren aan een toewijzing van het verzoek tot verbindendverklaring in de weg konden staan, maar niet wat de afweging van het hof uiteindelijk zou zijn. Dat de schikking destijds het hoogst haalbare was, zoals verzoeksters ter zitting hebben verklaard, is daarom voor het hof onvoldoende reden om reeds nu tot afwijzing van het verzoek over te gaan. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat bij deze kwestie duizenden belanghebbenden zijn betrokken waarvan, naar het hof op grond van de stukken aanneemt, het overgrote deel graag zou zien dat een schikking tot stand komt, zodat uitzicht wordt geboden op compensatie. Ook Ageas heeft kenbaar gemaakt dat zij graag deze kwestie wil afsluiten en niet nog jaren in procedures verwikkeld wil blijven. De voorzitter van de Stichting heeft zich bereid verklaard om nogmaals als bemiddelaar op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e167d505a5b36a72b8eaa47b5363b5f6f430b2904c4d88f756151a535cf5d8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e167d505a5b36a72b8eaa47b5363b5f6f430b2904c4d88f756151a535cf5d8a, en de alinea staat in dat document op bytes 135916 tot 136835.